Visie

Hier wordt gewerkt

Tuinderij de Wilde Peen is geen park, ookal lijkt het daar soms met de brede graspaden wel een beetje op. Er wordt dagelijks gewerkt. Dat betekent dat er soms kruiwagens staan die nog in gebruik zijn, dat er beregeningsslangen liggen die soms hier en dan weer daar – afhankelijk van de leeftijd van het gewas – nodig zijn. En heel soms – we streven ernaar dit tot een minimum te beperken – vergeten we wel eens een schoffel mee terug te nemen en ligt die onverhoopt op een onhandige plek. Het leuke van dat werktijden van de tuinders overlappen met de oogsttijden van de oogstaandeelhouders – alle dagen welkom op deze tuinderij – is dat we elkaar soms tegen komen en dat er dan gelegenheid is voor een praatje is een tip. Als je hinder ondervindt van iets dat ergens ligt horen wij dat graag en kunnen we kijken of we een betere plek kunnen vinden.

(On)kruid

Alle blaadjes, stengels, ondergrondse wortels van iedere plant die groeit leggen CO2 vast en voeden het bodemleven. Het vastleggen van koolstof via CO2 uit de lucht gebeurt door fotosynthese: met dank aan de zon. Het bodemleven bestaat uit ontelbare soorten (letterlijk: de wetenschap vermoed slechts zo’n 2% van het bodemleven te kennen) mijten, kevers, springstaarten, wormen, bacteriën, schimmels en aanverwanten die allemaal interactie hebben met elkaar en met organische stof in de bodem: plantenresten; dood blad- wortel- stengelmateriaal in verschillende stadia van vertering.

Vanuit bodemleven – dat weer voedingsstoffen voor onze groenten beschikbaar maakt – perspectief en vanuit klimaat perspectief is (on)kruid dus ontzettend gewenst!

Voor opgroeiende groentes echter kan het soms competitie opleveren: als er minder licht valt of minder water beschikbaar is doordat het nabij groeiende onkruid dat slimmer weet te pakken. Daarom halen we het weg, bij opgroeiende groentes. Bij groentes die al klaar zijn met groeien, die oogstrijp zijn, is het vanuit tuinders oogpunt niet efficiënt om (on)kruid weg te halen.

Het is natuurlijk wel belangrijk dat de oogstaandeelhouders de groente die met liefde zijn geteeld goed kunnen vinden op het veld. Mocht dat niet lukken: laat het Maria en Klarien weten, dan helpen ze je in de zoektocht.

Foodwaste

Iedere dag wordt er wel ergens over gesproken: voedselverspilling. Het roept veel emoties op en we zijn dan ook blij dat we via de CSA zelfoogsttuin heel wat minder voedsel ‘verspillen’. Hoe werk dat?

Normaalgesproken als je in de supermarkt bijvoorbeeld aardappels koopt dan zijn die allemaal dezelfde maat. Ze zijn uitgesorteerd. Dat geldt ook voor tomaten. Pruimen. Bieten. Komkommers. Etc. Op de tuin hebben wij de kans om ook de extra kleine en de extra grote op te eten.

Als je wel eens hebt meegeholpen aardappels te rooien weet je hoe een kunst het is om met de spitvork net níet in de aardappel te steken. Dat gaat wel eens mis. De aardappel die gespietst is, kan je uiteraard nog prima eten. Maar hij is doordat zijn schil beschadigd is niet lang houdbaar. Dit gebeurt bij machinaal rooien ook. Soms is een aardappel, of een pruim, of een tomaat, of een kiwi, niet helemaal in tact. Die kan helaas niet naar de winkel, om daar aan te komen moet de vrucht of groente eerst geoogst worden en dan in een koelcel gebracht worden totdat hij geteld en gewogen en ingepakt is en opgehaald kan worden om op weg te gaan naar het distributiecentrum. Dat kan een paar dagen duren. Daar word hij overgeladen, dat kan een paar dagen duren. Dan wordt hij opnieuw ingepakt en getransporteerd naar de winkel. Daar wordt hij in het schap gelegd en daar moet hij een paar dagen kunnen liggen. En als hij dan gekocht wordt willen de mensen thuis de mogelijkheid hebben om hem misschien pas een paar dagen later te eten.  Een week of tien dagen houdbaar is een vrucht of groente niet waar de schil niet helemaal meer in tact van is. Of een groente of vrucht die perfect rijp en dus op zijn zoetst is.

Plagen en ongedierte

Als je in de winkel een spitskool koopt zit daar geen slak in. Dat wil niet zeggen dat de groentes – mits biologisch geteeld – in het veld waar hij stond geen slakjes hadden. Spitskool wordt door de werkers die hem oogsten gepeld, net zo lang tot alle bladeren met een gaatje weg zijn en er alleen volledig intacte bladeren over zijn. Voor de zekerheid, omdat er niet een slak mee mag komen naar de winkel (logisch, want dat is onhandig in het spitskoolschap).

Op de Wilde Peen gebruiken we geen gif. We gebruiken wel doek om te zorgen dat de wortelvlieg, de preimot, de koolvlieg, en het koolwitje niet kunnen landen op onze groentes.

Colorado kever heeft iedere teler in de aardappelen. Althans, iedere biologische. De aardappels niet het volgende jaar op dezelfde plek zetten helpt, en colorado kevers handmatig weghalen ook.

Graspaden

Als we groente oogsten nemen we voedingstoffen naar huis, we halen voedingsstoffen weg van het land. Om knollen, vruchten, bladeren, en stengels te kunnen produceren die zoet, eiwit- of koolhydraat rijk zijn hebben planten voedingsstoffen nodig. Een tuinder vult die voedingsstoffen aan met mest. Een biologische tuinder met dierlijke mest, niet met kunstmest. Dierlijke mest komt uit een dier dat voer at. Dat voer dat stond ergens te groeien, het dier heeft ruimte nodig. Als je geen krachtvoer uit de Amazone gebruikt dan is dat voor koeien in Nederland ongeveer een hectare per koe. Met die hectare gras maakt de koe melk en vlees en mest. Die mest kunnen we gebruiken om groente van voedingsstoffen te voorzien. De koe heeft geen nieuwe voedingsstoffen gemaakt, dat deed het zonlicht toen het het gras liet groeien (via fotosynthese CO2 vastleggen in bladmassa), de koe heeft ze enkel van vorm doen veranderen en verplaatst.

Als we mest opbrengen importeren we dus ruimte, zou je kunnen zeggen. Of we brengen verwerkt gras op het land. Of als je kippenmest zou gebruiken verwerkt graan. Mest is een restproduct – althans in de gangbare (niet-biologische) landbouw (biologische mest is juist geld waard). Maar het is wel geproduceerd met bladmassa, die geproduceerd is met zonlicht en ruimte, in Nederland, of, als het via krachtvoer loopt, elders op de wereld.

Op dit moment wordt door een aantal pioniers geëxperimenteerd met vegetarische bemesting: in plaats van blad via een dier op het land te brengen brengen zij direct blad op het land. Soms zit daar ook klaver bij, klaver legt stikstof vast uit de lucht. Een kunstmestfabriek doet dat ook, maar het gebruik van de kunstmestfabriek telt voor een kwart van het totale Nederlandse gasgebruik. Klaver vindt stikstof uit de lucht door middel van bacteriën die in de wortelknolletjes van de klaverplant leven (je kan ze zien als je een klaverplant uit de grond trekt).

Met onze graspaden doen we een experiment: wat als we in plaats van kale bodems die we moeten schoffelen omdat anders onkruid vanuit de paden de groentes in groeien we gras op de paden telen? Zou dat werken? Wat komt daarbij kijken? Kunnen we als tuinders profiteren van de biodiversiteit die erin kan leven? De diepwortelende wilde peen en smalle weegbree, kan die de bodem losser maken zodat de groentes waarvan kunnen profiteren? Kan de klaver via de wortelknolletjes stikstof uit te lucht via het blad beschikbaar maken voor onze gewassen?

Te veel? Te weinig?

Iedere winter bestellen we zaden. We moeten beslissen, voor alle 88 verschillende groentes, hoeveel zaden we bestellen, hoeveel plantjes we opkweken, en hoeveel ruimte we in de bedden vrijmaken om te plantjes of zaden in te doen. Hoeveel kilo je van een vierkante meter kan oogsten varieert, dat hangt af van allerlei omstandigheden, zoals water, licht, temperatuur, voedingsstoffen maar ook van hoe hard of zacht de bodem is, hoe diep de wortels de grond in kunnen, en hoe actief het bodemleven is dat voedingsstoffen beschikbaar maakt. Per groente zijn er richtlijnen voor opbrengsten te vinden in de vakliteratuur.  Bij suikermaïs bijvoorbeeld komen volgens de literatuur 85% van de zaden op waar dan 60.000 planten per hectare uit komen die gemiddeld 1 kolf per plant hebben waarvan dan volgens de literatuur ongeveer 35.000 kolven verkoopbaar zijn.

Hoeveel Nieuw Zeelandse spinazie eet jij? Per week? In juli? En in oktober? Het is de uitdaging voor de tuinders van een zelfoogsttuin –  naast de reguliere tuinders uitdagingen op het gebied van planten, zaaien, schoffelen, beregenen – om in te schatten hoeveel alle verschillende individuen met verschillende smaakbehoeften, die ook nog eens variabel zijn door het jaar heen, van iedere groente eten. Er zijn groentes, zoals bijvoorbeeld snijbiet, die kunnen lang op het land staan, daar kan lange tijd op dezelfde plek van geoogst worden. Er zijn ook groentes die na twee of drie weken op het land overgaan in een volgende  fase, sla bijvoorbeeld maakt na verloop van tijd bloemen. Daar willen we dus niet teveel extra van zetten, omdat het zonde is van de ruimte en de energie als we gewassen telen die niet gegeten worden. Voor sommige gewassen is veel infrastructuur (palen, gaas, draden, aanspanners, schoren) nodig, zoals voor erwten, bonen, of tomaten. Voor sommige gewassen is veel tijd nodig, zoals knolselderij, omdat die meerdere maanden nodig heeft om tot knol te worden. Sommige gewassen zijn relatief duur, zoals uien, knoflook, en aardappelen, omdat je die niet vanuit zaad maar vanuit pootgoed teelt, dat veel minder houdbaar is en veel meer volume inneemt dan zaadjes en daardoor duurder is. Voor alle gewassen geldt dat het startmoment nauw komt, in de eerste paar dagen (of – weken – voor bijvoorbeeld peentjes en veldsla die tot wel drie weken nodig hebben om van zaadje tot plantje te worden) is het extreem belangrijk dat er voldoende vocht is en de temperatuur niet te hoog of te laag.

De tuinders van de Wilde Peen maken een planning, in een excel bestand, waar al deze factoren samen komen: aantal mensen, aantal kilo’s of grammen van een bepaalde groente, opbrengst in kilo’s of juist in stuks (denk aan kolen, pompoenen), moment in het jaar (als we bezig zijn met het oogsten van een bed bietjes moet het volgende bed al lang weer gezaaid zijn!), oppervlakte te betelen (steeds in bedden van 30 meter omdat je anders met halve bedden zit die je niet machinaal schoon kan maken). Het excelbestand bevat 104 rijen en 64 kolommen met per week wat er gezaaid moet worden, in trays of in de grond, wat er uitgeplant moet worden in de grond, en wat er geoogst kan worden. Wil je het teeltplan zien? Wil je meedenken over de invulling? Wees welkom!